Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“telfout”en een derde keer
“te snel geteld”en over fooien niets heeft vermeld. Nu [appellant] geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij tot driemaal toe geld uit de kassa heeft gepakt en dit voor zichzelf heeft gehouden, moet het ervoor worden gehouden dat hij niet gerechtigd was tot deze handelswijze waarmee hij zijn werkgever financieel heeft benadeeld. Of dit handelen van [appellant] kan worden gekwalificeerd als verduistering in de strafrechtelijke betekenis van het woord, is niet relevant voor de beantwoording van de vraag of het handelen van [appellant] een dringende reden oplevert. Het gaat hier om drie gebeurtenissen die tezamen een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet omdat van [geïntimeerde] in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet gevergd kon worden het dienstverband met [appellant] langer voort te zetten. De persoonlijke omstandigheden van [appellant] zijn van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te komen. De grieven 2 tot en met 4 falen.