ECLI:NL:GHAMS:2022:3549

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
23-000495-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20 APV Amsterdam 2008Art. 395a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar bestanddeel in APV Amsterdam

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij zich zonder redelijk doel op of omstreeks 4 juli 2018 had vastgehouden aan en zich bevond op een vaartuig in het openbaar water te Amsterdam, Stadionkade. Het hof achtte bewezen dat de verdachte zich in de kajuit van het vaartuig bevond, maar niet dat hij zich zonder redelijk doel had vastgehouden of geklommen had.

De tenlastelegging verwees naar artikel 2.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008, dat het gebruik van de weg of openbaar water als slaapplaats of om daarin te overnachten verbiedt. Omdat het bestanddeel 'slaapplaats' of 'overnachten' ontbrak in de tenlastelegging en bewezenverklaring, kon het bewezenverklaarde geen strafbaar feit opleveren.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak de verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde. Het hof verklaarde het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2022 na het onderzoek in hoger beroep op 29 november 2022.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontbreken strafbaar bestanddeel 'overnachten' in de tenlastelegging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000495-20
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-174805-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 4 juli 2018 in de gemeente Amsterdam, zich zonder redelijk doel heeft vastgehouden aan een vaartuig gelegen in een openbaar water, te weten de Stadionkade, en/of daarop geklommen heeft en/of zich daarop en/of daarin heeft begeven en/of bevonden, immers heeft hij, verdachte, aldaar in de kajuit van een vaartuig gelegen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 4 juli 2018 in de gemeente Amsterdam, zich op een vaartuig gelegen in een openbaar water, te weten de Stadionkade, heeft bevonden, immers heeft hij, verdachte, aldaar in de kajuit van een vaartuig gelegen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

In de destijds geldende Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (APV) (oud) luidde artikel 2.20 – waarnaar onder de tenlastelegging wordt verwezen – als volgt:
Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden.
Nu het bestanddeel “slaapplaats”/“overnachten” ontbreekt in de tenlastelegging en bewezenverklaring, levert het bewezenverklaarde geen strafbaar feit op. De verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van
mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 december 2022.