ECLI:NL:GHAMS:2022:3562

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
23-000482-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20 Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (oud)Art. 395a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen straf opgelegd voor slapen op boot in openbaar water te Amsterdam

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruik van een boot als slaapplaats op het openbaar water te Amsterdam op 28 februari 2019, in strijd met artikel 2.20, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (oud).

In hoger beroep vernietigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter omdat dit slechts een aantekening betrof. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op genoemde datum op het openbaar water sliep op een boot, maar spreekt hem vrij voor overige tenlasteleggingen.

Het hof weegt de geringe ernst van het feit, de persoon van de verdachte en het feit dat op dezelfde dag in meerdere strafzaken tegen de verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd. Gezien deze omstandigheden en het reclasseringsrapport van 4 november 2022 besluit het hof geen straf of maatregel op te leggen.

Ook al is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, verbindt het hof daaraan geen gevolgen omdat geen straf wordt opgelegd. De eerder uitgevaardigde strafbeschikking wordt vernietigd.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 13 december 2022.

Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd voor het slapen op een boot in het openbaar water.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000482-20
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-183363-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 28 februari 2019 te Amsterdam, de weg de Fred. Roeskesstraat, als slaapplaats heeft gebruikt en/of aan die weg op het openbaar water een voertuig of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt en/of daarin heeft overnacht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 februari 2019 te Amsterdam op het openbaar water een voertuig of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde in artikel 2.20, eerste lid, Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008(oud).

Ten aanzien van de straftoemeting

De kantonrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot één dag hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft verzocht geen straf op te leggen.
Het hof heeft gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft geslapen op een boot. Door aldus te handelen heeft de verdachte artikel 2.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (oud) overtreden, welke bepaling tot doel heeft het tegengaan van hinder en overlast en van verontreiniging van de openbare ruimte.
Gelet op de (relatief) geringe ernst van het feit en de persoon van verdachte, zoals daarvan blijkt uit het rapport van de reclassering van 4 november 2022, acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Hierbij neemt het hof mede in aanmerking dat het vandaag tegen de verdachte in een zeer groot aantal strafzaken – waarvan zes soortgelijke zaken – uitspraak doet, waarbij de verdachte in sommige zaken wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. Het hof constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, maar verbindt daar verder geen gevolgen aan, nu geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 18 maart 2019 onder CJIB nummer [nummer].
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.