ECLI:NL:GHAMS:2022:3562
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen straf opgelegd voor slapen op boot in openbaar water te Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruik van een boot als slaapplaats op het openbaar water te Amsterdam op 28 februari 2019, in strijd met artikel 2.20, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (oud).
In hoger beroep vernietigt het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de kantonrechter omdat dit slechts een aantekening betrof. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op genoemde datum op het openbaar water sliep op een boot, maar spreekt hem vrij voor overige tenlasteleggingen.
Het hof weegt de geringe ernst van het feit, de persoon van de verdachte en het feit dat op dezelfde dag in meerdere strafzaken tegen de verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd. Gezien deze omstandigheden en het reclasseringsrapport van 4 november 2022 besluit het hof geen straf of maatregel op te leggen.
Ook al is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn, verbindt het hof daaraan geen gevolgen omdat geen straf wordt opgelegd. De eerder uitgevaardigde strafbeschikking wordt vernietigd.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 13 december 2022.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd voor het slapen op een boot in het openbaar water.