ECLI:NL:GHAMS:2022:3564
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor slapen op boot in openbaar water Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het gebruik van een boot als slaapplaats op het openbaar water in Amsterdam op 1 maart 2019, in strijd met artikel 2.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008 (oud). Hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd omdat het slechts een aantekening betrof. Na onderzoek acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte inderdaad op genoemde datum op het openbaar water een boot als slaapplaats heeft gebruikt. Andere tenlastegelegde feiten zijn niet bewezen verklaard.
Hoewel het gebruik van de boot als slaapplaats strafbaar is, heeft het hof geen straf opgelegd. Dit vanwege de geringe ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon van de verdachte, die in meerdere andere strafzaken onvoorwaardelijke gevangenisstraffen heeft gekregen. Het hof constateert een overschrijding van de redelijke termijn, maar verbindt hieraan geen gevolgen omdat geen straf wordt opgelegd.
De eerdere strafbeschikking is vernietigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 december 2022.
Uitkomst: Geen straf of maatregel opgelegd ondanks bewezen overtreding slapen op boot in openbaar water.