ECLI:NL:GHAMS:2022:3565

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
23-004539-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.20 APVArt. 395a SvArt. 408 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs gebruik weg als slaapplaats

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld wegens het gebruik van de Fred. Roeskestraat als slaapplaats. De tenlastelegging betrof het gebruik van de weg, een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk onderkomen als slaapplaats op of omstreeks 14 januari 2019.

De advocaat-generaal stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het hof oordeelde echter dat onvoldoende vaststond dat verdachte op tijd op de hoogte was van de einduitspraak, waardoor het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard.

Na inhoudelijke beoordeling van het dossier concludeerde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte de weg als slaapplaats had gebruikt. Uit het dossier bleek dat verdachte op een boot op het water lag te slapen, wat niet onder de tenlastelegging valt. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij. Tevens werd een eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij de weg als slaapplaats gebruikte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004539-19
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer
96-070741-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2022.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 14 januari 2019, te Amsterdam, de weg de Fred. Roeskestraat, als slaapplaats heeft gebruikt en/of op of aan die weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt en/of daarin heeft overnacht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, nu uit het dossier volgt dat de verdachte reeds op 6 november 2019 op de hoogte was van de zaak en nadien niet binnen 14 dagen hoger beroep heeft ingesteld.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte is op 21 oktober 2019 bij verstek veroordeeld. De inleidende dagvaarding is niet in persoon betekend en de betekening van de mededeling uitspraak bevindt zich niet in het dossier. In het dossier bevindt zich wel een door de verdachte (hand)geschreven brief in de Engelse taal van 16 december 2019 waarin staat dat de verdachte op 6 november 2019 van deze zaak heeft gehoord. Het hoger beroep is ingesteld op 17 december 2019.
Het hof is van oordeel dat op basis van bovengenoemde (niet vertaalde) brief van de verdachte weliswaar vastgesteld kan worden dat de verdachte op 6 november 2019 op de hoogte was van deze zaak, maar uit de brief blijkt niet ondubbelzinnig dat de verdachte op deze datum ook bekend is geworden met de einduitspraak. Nu aldus uit de stukken niet voldoende blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 408 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is de verdachte ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de weg als slaapplaats heeft gebruikt en/of dat hij op of aan die weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt. Uit het dossier blijkt immers dat de verdachte lag te slapen op een boot, op het water.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 januari 2019 onder CJIB nummer [nummer].
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.