Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 21 oktober 2019, waarin verdachte werd veroordeeld voor het gebruik van een vaartuig als slaapplaats op het openbaar water aan de Fred Roeskestraat te Amsterdam.
Het hof oordeelde dat verdachte op 8 februari 2019 het vaartuig als slaapplaats heeft gebruikt, hetgeen een overtreding vormt van artikel 2.20 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De strafbaarheid werd bevestigd omdat geen omstandigheden aannemelijk waren die deze uitsloten.
Hoewel de advocaat-generaal geen straf oplegde en de raadsman geen straf wilde, legde het hof een gevangenisstraf van één dag op vanwege de ernst van het feit en om een signaal af te geven. Het hof hield rekening met persoonlijke omstandigheden en de overschrijding van de redelijke termijn, maar verbond daaraan geen gevolgen. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het arrest van het hof is op 13 december 2022 uitgesproken.