ECLI:NL:GHAMS:2022:3578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in vordering ontneming na vrijspraak
Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene een geldbedrag van €637,14 zou worden ontnomen als wederrechtelijk verkregen voordeel. De politierechter in Amsterdam had de betrokkene veroordeeld voor diefstal in vereniging door middel van braak en tevens de ontnemingsvordering toegewezen. Tegen beide vonnissen stelde de betrokkene hoger beroep in.
In hoger beroep sprak het gerechtshof de betrokkene vrij van het ten laste gelegde feit. Gelet op deze vrijspraak verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 15 december 2022, na behandeling van het hoger beroep en kennisneming van de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de betrokkene.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak.