De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot diefstal in vereniging door middel van braak in een woning te Amsterdam op 22 september 2016. Het hof oordeelde dat de herkenningen van de verdachte op camerabeelden betrouwbaar waren, ondanks een afwijkende tijdsaanduiding op de beelden. De verdachte forceerde het slot van de voordeur en keek met een zaklamp via de brievenbus naar binnen, maar het misdrijf werd niet voltooid.
De raadsvrouw voerde aan dat het bewijs onvoldoende was vanwege de tijdsaanduiding en de kwaliteit van de beelden, maar het hof verwierp dit verweer. De verdachte was eerder veelvuldig veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat meewoog in de strafoplegging. Het hof matigde de straf vanwege overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep.
Uiteindelijk legde het hof een gevangenisstraf van 108 dagen op, waarbij het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest in hoger beroep de definitieve uitspraak vormt.