ECLI:NL:GHAMS:2022:3663
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- H.T. van der Meer
- C.A.H.M. ten Dam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepasselijkheid UAV 1989 en arbitraal beding bij aannemingsovereenkomst
Partijen sloten in 2008 een aannemingsovereenkomst voor de bouw van appartementen en zorgplekken. Hoewel in de schriftelijke overeenkomst niet naar de UAV 1989 werd verwezen, stuurde de aannemer tijdens de onderhandelingen brieven waarin de toepasselijkheid van de UAV 1989 werd bevestigd.
Na oplevering constateerde de opdrachtgever gebreken en stelde de aannemer aansprakelijk, die zich vervolgens op onbevoegdheid van de rechtbank beriep vanwege een arbitraal beding in de UAV 1989. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, wat het hof bekrachtigde. Het hof oordeelde dat door het stilzwijgen van de opdrachtgever en de verwijzingen in de brieven de UAV 1989 van toepassing zijn en daarmee het arbitraal beding.
Het hof wees het beroep van de opdrachtgever af en veroordeelde haar in de proceskosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat geschillen over de overeenkomst via arbitrage moeten worden beslecht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de rechtbank onbevoegd is wegens toepasselijkheid UAV 1989 en arbitraal beding.