ECLI:NL:GHAMS:2022:3677
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige bij echtscheidingsprocedure
De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die zijn verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling van zijn minderjarige kind heeft afgewezen. De ouders zijn in echtscheidingsprocedure en hebben gezamenlijk gezag over het kind. De rechtbank had de verzorging aan de moeder toegewezen en de man moest kinderalimentatie betalen.
De man vordert dat het hof het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling alsnog toewijst om een hulpverleningstraject te starten en de omgangsregeling uit te breiden. De moeder betwist dit en stelt dat het kind veilig opgroeit en dat vrijwillige hulpverlening voldoende is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert afwijzing van het verzoek.
Het hof oordeelt dat er wel sprake is van een ontwikkelingsbedreiging door de conflicten tussen ouders, maar dat deze niet voortkomt uit de opvoedsituatie bij de moeder. Het kind krijgt daar de benodigde zorg en er is een veilige hechtingsrelatie. De omgang met de vader is opgestart met begeleide omgang en beide ouders werken mee aan vrijwillige hulpverlening.
Het hof concludeert dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en bekrachtigt de bestreden beschikking. Het ligt nu aan de ouders om via de gemeente hulpverlening te zoeken ter verbetering van hun communicatie en ouderrelatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling omdat niet is voldaan aan de wettelijke criteria.