Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- [minderjarige 1] driemaal per jaar (minimaal) zeven dagen bij de man in Nederland verblijft, waarbij zij met de vrouw naar Nederland reist, op kosten van de vrouw;
- [minderjarige 1] (minimaal) eenmaal per jaar gedurende zeven dagen contact heeft met de man in Zuid-Afrika, waarbij de vrouw kosten van een retourticket van de man naar Zuid-Afrika voor haar rekening neemt met een maximum van € 750,- per retourticket en de man kosteloos in het huis van de vrouw mag verblijven;
- het de man is toegestaan om altijd bij [minderjarige 1] op bezoek te gaan in Zuid-Afrika, waarbij hij op eigen kosten reist, maar wel in het huis van de vrouw mag verblijven;
- de man minimaal tweemaal per week op dinsdag en donderdag om 18.00 uur contact met [minderjarige 1] heeft via videobellen.
- [minderjarige 1] verblijft om de week in de even week van vrijdag 09.00 uur tot maandag 18.00 uur bij de man, waarbij de vrouw [minderjarige 1] naar de man brengt en de man [minderjarige 1] weer terug naar de vrouw brengt;
- [minderjarige 1] verblijft de helft van alle feestdagen en schoolvakanties, in onderling overleg te bepalen, bij de man.