ECLI:NL:GHAMS:2022:3680
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen draagkracht man voor betaling onderhoudsbijdrage wegens schulden en woonlasten
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en zijn uit elkaar gegaan. De vrouw verzocht om een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege onvoldoende draagkracht van de man.
In hoger beroep stond de draagkracht van de man centraal. De man ontvangt een WIA-uitkering en heeft een relatief hoge woonlast vanwege een huurwoning in de vrije sector. Daarnaast heeft hij een aanzienlijke schuldenlast waarvoor hij een vrijwillig schuldhulpverleningstraject volgt. Het hof acht de woonlasten niet onredelijk en neemt deze mee in de draagkrachtberekening.
Het hof volgt de jurisprudentie dat alle schulden in beginsel van invloed zijn op de draagkracht, tenzij deze verwijtbaar of vermijdbaar zijn. Gezien de langdurige arbeidsongeschiktheid en het schuldhulpverleningstraject acht het hof de schulden niet verwijtbaar of vermijdbaar. Hierdoor ontbreekt draagkracht bij de man om kinderalimentatie te betalen.
Het opleggen van een bijdrage zou leiden tot een onaanvaardbare situatie waarin de man minder dan 95% van de bijstandsnorm overhoudt. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de vrouw af.
De man gaf aan zijn kinderen te missen en na afronding van de procedure contact te willen zoeken.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de beschikking dat de man geen draagkracht heeft voor kinderalimentatie.