ECLI:NL:GHAMS:2022:3690
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot gezamenlijk gezag over minderjarige na verbroken relatie
De zaak betreft een verzoek van de man om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen, geboren uit een verbroken relatie met de vrouw. De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen. De ouders hebben sinds de geboorte van het kind geprocedeerd over gezag en omgang, waarbij trajecten voor hulpverlening zijn ingezet maar niet positief zijn afgerond.
Het hof overweegt dat het wettelijk uitgangspunt gezamenlijk gezag is, tenzij er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. Uit het dossier blijkt dat hoewel de communicatie tussen de ouders niet optimaal is, deze niet zodanig gebrekkig is dat essentiële beslissingen niet genomen kunnen worden. De man belemmert de vrouw niet in haar rol als verzorgende ouder en weigert geen medewerking aan opvoedkundige beslissingen.
De vrouw heeft een belaste voorgeschiedenis, maar haar situatie is verbeterd en het kind ontwikkelt zich goed. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert gezamenlijk gezag toe te wijzen. Het hof volgt dit advies en vernietigt de eerdere beschikking, waarbij het gezamenlijk gezag wordt toegekend. De ouders worden aangespoord hun communicatie te verbeteren in het belang van het kind.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot gezamenlijk gezag over de minderjarige wordt toegewezen.