De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van €2.100, gepleegd op 23 september 2021 in Nederland. Het hof oordeelde dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld afkomstig was uit een misdrijf door in korte tijd op meerdere locaties grote bedragen te pinnen zonder te weten op wiens naam de rekening stond.
De feiten betroffen onder meer dat het slachtoffer via een phishingbericht werd misleid, waarna ruim €43.000 van zijn rekening werd afgeschreven. Camerabeelden toonden de verdachte die op vijf verschillende locaties met een mobiele telefoon geld opnam. De verdachte verklaarde dat hij op verzoek van een ander handelde zonder te weten van wie de rekening was.
Het hof verwierp het verweer dat de verdachte niet wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam en stelde voorwaardelijk opzet vast. De straf werd verhoogd van drie weken gevangenisstraf in eerste aanleg naar een taakstraf van 100 uur, mede vanwege eerdere veroordelingen en de ernst van het feit.
De benadeelde partij vorderde €17.969 aan schadevergoeding, waarvan €2.100 werd toegewezen. Het hof legde een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat wettelijke rente vanaf 23 september 2021 verschuldigd is. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de taakstraf, met een gijzelingstermijn van maximaal 31 dagen bij niet-nakoming.