ECLI:NL:GHAMS:2022:3735
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens ontbreken rechtstreeks belang bij eigen strafvervolging
Klager diende een beklag in tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om geen strafvervolging in te stellen tegen hemzelf wegens smaad, laster en diefstal. Het hof onderzocht of klager als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering kon worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie is dit slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk en vereist het een objectief bepaalbaar persoonlijk belang.
Klager wenste door zijn vervolging het optreden van justitie aan de orde te stellen, maar dit werd door het hof niet als een voldoende belang gezien. Klager verscheen niet in de raadkamer en kon niet aantonen welk objectief bepaalbaar belang hij bij zijn vervolging had. Hierdoor werd hij niet als rechtstreeks belanghebbende beschouwd.
Het hof concludeerde dat klager niet-ontvankelijk is in het beklag en wees het af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 20 december 2022.
Uitkomst: Het beklag wordt afgewezen omdat klager geen rechtstreeks belang heeft bij zijn eigen vervolging.