In deze zaak stond de verdachte terecht voor mishandeling, gepleegd op twee momenten in 2021 te IJmuiden. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Holland van 19 november 2021.
Het bewezenverklaarde betreft mishandeling, waaronder een feit tegen de levensgezel van verdachte. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door verdachte te veroordelen tot een taakstraf van zeventig uur en een hechtenis van vijfendertig dagen. De hechtenis kan worden vervangen indien de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd.
De wettelijke basis voor het oordeel bestaat uit de artikelen 22c, 22d, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak is gewezen door mr. R.D. van Heffen, in aanwezigheid van griffier mr. C.T. Snellenberg.