ECLI:NL:GHAMS:2022:3943
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 augustus 2022 uitspraak gedaan in het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 12 mei 2022. Verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft geen schriftelijke of mondelinge grieven tegen het vonnis ingediend. Ook is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij het onderzoek van de zaak.
Het hof heeft daarom de vordering van de advocaat-generaal gevolgd om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, onder voorzitterschap van mr. H.A.G. Nijman. De griffier was D.A.C. Chaigneau. Het arrest is gewezen op de openbare terechtzitting van 17 augustus 2022.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang bij onderzoek.