ECLI:NL:GHAMS:2022:3948
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte was bij vonnis van 20 februari 2020 veroordeeld door de rechtbank Amsterdam. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in, maar pas op 19 maart 2020, terwijl de wettelijke termijn veertien dagen bedroeg. De verdachte was op de hoogte van de zitting in eerste aanleg en had een gemachtigde raadsvrouw aanwezig.
Het hof onderzocht of de overschrijding van de termijn verschoonbaar was. De verdachte stelde dat zijn raadsvrouw opzettelijk geen hoger beroep had ingesteld, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden zoals een psychische gesteldheid die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Hoewel het hof een beslissing op grond van artikel 509a Sv had genomen, deed dit niet af aan het feit dat de verdachte in eerste aanleg rechtsbijstand had. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en handhaafde het het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige reden.