ECLI:NL:GHAMS:2022:403
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Huurrecht toewijzing echtelijke woning na echtscheiding met belangenafweging
Partijen zijn in 2014 gehuwd en hebben inmiddels echtscheiding aangevraagd. De voormalige echtelijke woning is gelegen in [plaats A]. Na beëindiging van de samenwoning woont de man met zijn meerderjarige zoon nog in de woning, terwijl de vrouw elders verblijft. De rechtbank had het huurrecht aan de vrouw toegewezen, maar het hof vernietigt deze beslissing.
De man heeft ernstige rugklachten waarvoor hij zware pijnmedicatie gebruikt en is afhankelijk van een woning op de begane grond. Zijn zoon woont nog bij hem en heeft begeleiding nodig. De vrouw kampt met psychische klachten en een onzekere woonsituatie, maar kan ook woningen bereiken die alleen via trappen toegankelijk zijn. Beide partijen hebben moeite met het vinden van geschikte woonruimte op de krappe woningmarkt.
Het hof weegt de belangen af en oordeelt dat het belang van de man zwaarder weegt, mede vanwege zijn medische situatie en de woonbehoefte van zijn zoon. De beschikking wordt vernietigd en het huurrecht aan de man toegewezen, met ingang van het moment van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.
Uitkomst: Het huurrecht van de voormalige echtelijke woning wordt toegewezen aan de man met ingang van het moment van inschrijving van de echtscheiding.