Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Standpunt van de notaris/beroepsgronden
persoonlijkaanspreekt op zijn verplichtingen uit hoofde van de Faillissementswet tot het aanleveren van informatie.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De praktijkvennootschap van de notaris werd failliet verklaard, waarna de notaris op grond van artikel 26 lid 1 sub d Wna Pro geschorst werd in de uitoefening van zijn ambt. De notaris stelde in hoger beroep dat deze wettelijke grondslag niet van toepassing is bij faillissement van de praktijkvennootschap, maar alleen bij persoonlijk faillissement.
Het hof oordeelde dat artikel 26 lid 1 sub d Wna Pro ook van toepassing is op het faillissement van de praktijkvennootschap van de notaris, omdat de financiële risico's voor cliënten in beide situaties groot zijn. De schorsing werd bekrachtigd door de kamer en het hof verwierp het formele en inhoudelijke verweer van de notaris.
De notaris had daarnaast aangevoerd dat de schorsing in materiële zin niet proportioneel was, omdat hij daardoor zijn faillissement praktisch niet kon afwikkelen en ook geen lichtere werkzaamheden kon verrichten. Het hof vond echter dat de kamer terecht meer gewicht had toegekend aan het potentiële gevaar voor cliënten dan aan het belang van de notaris.
De notaris werd op eigen verzoek ontslag verleend per 1 februari 2022, maar het hof achtte het belang van de beoordeling van het hoger beroep nog aanwezig vanwege de notariële praktijk. Uiteindelijk bevestigde het hof de schorsingsbeslissingen van de voorzitter en de kamer.
Uitkomst: De schorsing van de notaris wegens faillissement van zijn praktijkvennootschap wordt bevestigd.