ECLI:NL:GHAMS:2022:436

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 januari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
23-001625-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na intrekking door verdachte

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 7 januari 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep dat door verdachte was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 28 mei 2021. De verdachte heeft op 5 januari 2022 schriftelijk het hoger beroep ingetrokken, waardoor hij wordt geacht ook de eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen sprake is van enig rechtens te respecteren belang dat een nadere behandeling van het hoger beroep rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

De beslissing is genomen door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier J.L. Sterkenburg. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, aangezien het hoger beroep niet langer werd gehandhaafd door de verdachte.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door verdachte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-050560-21
parketnummer hoger beroep : 23-001625-21
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 7 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 5 januari 2022 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van J.L. Sterkenburg, griffier.
mr. N.A. Schimmel