ECLI:NL:GHAMS:2022:436
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep na intrekking door verdachte
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 7 januari 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep dat door verdachte was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 28 mei 2021. De verdachte heeft op 5 januari 2022 schriftelijk het hoger beroep ingetrokken, waardoor hij wordt geacht ook de eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis te hebben ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen sprake is van enig rechtens te respecteren belang dat een nadere behandeling van het hoger beroep rechtvaardigt. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De beslissing is genomen door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier J.L. Sterkenburg. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, aangezien het hoger beroep niet langer werd gehandhaafd door de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door verdachte.