ECLI:NL:GHAMS:2022:438
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte na intrekking hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2021. Tijdens de terechtzitting gaf verdachte te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven, waarmee hij zijn eerder opgegeven bezwaren introk.
Het hof overwoog dat er geen sprake was van enig rechtens te respecteren belang dat een nader onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De beslissing van het hof betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en dat het vonnis van de politierechter in stand blijft. Het vonnis werd gewezen door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier J.L. Sterkenburg.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking door verdachte.