ECLI:NL:GHAMS:2022:479

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
23-001432-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte na intrekking hoger beroep

De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2019. Op 9 februari 2022 heeft de verdachte een akte ingediend waarin hij het hoger beroep intrekt, waardoor hij geacht wordt alle bezwaren tegen het vonnis in te trekken.

Het gerechtshof Amsterdam heeft vervolgens beoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij voortzetting van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Het arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2022. De beslissing houdt in dat het hoger beroep niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking daarvan.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-002627-19
parketnummer hoger beroep : 23-001432-19
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 11 februari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam:
[verdachte]
voornamen: [voornaam verdachte]
geboren: op [geboorteplaats]
adres: [woonplaats].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 9 februari 2022 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. R.D. van Heffen, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.
mr. R.D. van Heffen