ECLI:NL:GHAMS:2022:501

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 januari 2022
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
23-000951-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking hoger beroep

Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 20 januari 2022 het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2020. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep. Op 18 januari 2022 werd een akte van intrekking van het hoger beroep ingediend. Tijdens de zitting gaf de raadsman aan het hoger beroep niet te willen handhaven.

Omdat de zaak al pro forma was behandeld op eerdere zittingen en het hoger beroep niet op de voorgestane wijze kon worden ingetrokken, en omdat geen grieven of ander rechtens te respecteren belang waren ingediend, oordeelde het hof dat verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet kon medeondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking en ontbreken van grieven.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000951-20
datum uitspraak: 20 januari 2022
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-138003-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats, domicilie kiezend aan de [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Op 18 januari 2022 is op de griffie van het hof in de onderhavige zaak een akte intrekking hoger beroep ingekomen. Ter terechtzitting in hoger beroep van 20 januari 2022 heeft de raadsman namens de verdachte te kennen gegeven het hoger beroep niet te willen handhaven. Nu de zaak reeds op de zittingen van 7 mei 2020 en 28 juli 2020 pro forma is behandeld, was het niet langer mogelijk het hoger beroep op de door de verdediging voorgestane manier in te trekken. Gelet op het voorgaande en nu door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, mr. E. van Die en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 januari 2022.
Mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.