ECLI:NL:GHAMS:2022:501
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking hoger beroep
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 20 januari 2022 het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2020. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep. Op 18 januari 2022 werd een akte van intrekking van het hoger beroep ingediend. Tijdens de zitting gaf de raadsman aan het hoger beroep niet te willen handhaven.
Omdat de zaak al pro forma was behandeld op eerdere zittingen en het hoger beroep niet op de voorgestane wijze kon worden ingetrokken, en omdat geen grieven of ander rechtens te respecteren belang waren ingediend, oordeelde het hof dat verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij één van de rechters niet kon medeondertekenen. De beslissing betekent dat het hoger beroep van verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking en ontbreken van grieven.