ECLI:NL:GHAMS:2022:518
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling en niet-ontvankelijkheid schadevordering
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte was vrijgesproken van mishandeling. Het hof vernietigde het vonnis omdat het tot een andere bewijsoverweging kwam.
De tenlastelegging betrof mishandeling van de benadeelde op of omstreeks 28 juni 2019 te Amsterdam, waarbij verdachte zou hebben geslagen en aan de haren getrokken. Het hof oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte die avond in de woning van de benadeelde aanwezig was, waardoor de mishandeling niet kon worden vastgesteld.
De benadeelde partij had een schadevordering ingediend van in totaal €5.257,93, waarvan een deel materiële en een deel immateriële schade. Deze vordering werd in eerste aanleg deels toegewezen. In hoger beroep werd de immateriële schadevordering verlaagd, maar het hof verklaarde de benadeelde niet-ontvankelijk omdat de mishandeling niet bewezen was.
Het hof bepaalde dat de verdachte vrijgesproken wordt van de mishandeling en dat de benadeelde partij haar eigen kosten en die van de verdachte moet dragen. Het hoger beroep van verdachte was niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de eerdere vrijspraak op een ander onderdeel van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.