ECLI:NL:GHAMS:2022:532
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging partner- en kinderbijdrage wegens niet-verwijtbaar inkomensverlies door coronacrisis
De man en vrouw zijn in 2008 gehuwd en in 2020 gescheiden. De rechtbank had bepaald dat de man partner- en kinderbijdrage moest betalen. De man verzocht om vermindering of nihilstelling van deze bijdragen wegens inkomensverlies door de coronacrisis, omdat zijn taxibedrijf stilviel en hij een TOZO-uitkering ontving.
De vrouw stelde dat het inkomensverlies tijdelijk was en dat de man onvoldoende had aangetoond dat hij actief naar ander inkomen zocht. Het hof oordeelde dat het inkomensverlies substantieel en niet-verwijtbaar was, mede vanwege gezondheidsproblemen van de man en zijn overstap naar loondienst met een lager inkomen.
Het hof stelde vast dat de man geen draagkracht heeft voor bijdragen gezien zijn netto-inkomen en lopende schulden. Daarom werd de partner- en kinderbijdrage met ingang van 15 maart 2020 op nihil gesteld. Tevens werd bepaald dat de vrouw en jongmeerderjarige geen terugbetaling hoeven te doen van eventueel ontvangen bedragen over die periode.
Uitkomst: De partner- en kinderbijdrage van de man worden met ingang van 15 maart 2020 op nihil gesteld wegens niet-verwijtbaar inkomensverlies.