ECLI:NL:GHAMS:2022:574

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
000888-21 (530 Sv)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand en reis- en verblijfskosten afgewezen behalve gedeeltelijke kilometervergoeding

De verzoekster heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand, reis- en verblijfskosten in verband met een strafzaak. Het hof beoordeelde het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Het hof stelde vast dat het verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten in hoger beroep niet tijdig was ingediend, waardoor dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Daarnaast werden de gevraagde vergoedingen voor vliegtickets en verblijfskosten afgewezen, omdat niet was aangetoond dat deze kosten waren gemaakt ten behoeve van het bijwonen van het onderzoek of de behandeling van de zaak. Ook reiskosten voor het bijwonen van een politieverhoor komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Wel werd een gedeeltelijke kilometervergoeding toegekend, evenals een vergoeding voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure zelf. Het hof kende uiteindelijk een bedrag van € 692,24 toe en wees het overige verzoek af. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 februari 2022.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 692,24 toe en wijst het overige verzoek af wegens niet-tijdige indiening en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000888-21 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002539-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],
domicilie kiezende ten kantore van haar advocaat, mr. W.K. Cheng,
Knollendamstraat 7A, 1013 TL te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 24 september 2021 ingekomen.
Op 9 januari 2022 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 januari 2022 de advocaat-generaal en de advocaat van de verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoekster is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals gewijzigd per e-mailbericht van 24 januari 2022 - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer in hoger beroep ten bedrage van € 2.355,42;
reis- en verblijfskosten die zijn gemaakt in het kader van de stafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 2.084,62;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 29 juni 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het verzoekschrift – met uitzondering van de aanvulling van 24 januari 2022 – is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ad a
Met betrekking tot de gevraagde vergoeding voor kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer in hoger beroep merkt het hof op dat dit verzoek als aanvulling op het eerder ingediende verzoekschrift van 24 september 2021 per e-mailbericht van 24 januari 2022 is ingediend. Dit onderdeel van het verzoek is daarmee niet ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak. De verzoekster zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in dit verzoek.
Ad b
De verzoekster heeft een vergoeding verzocht van € 2.084,62 voor reis- en verblijfskosten die zijn gemaakt in het kader van de stafzaak met voormeld parketnummer. Deze verzochte vergoeding is onderverdeeld in verschillende posten:
  • € 1.660,54 voor drie retourvluchten Amsterdam – Curaçao met als vertrekdata 17 maart 2017, 29 maart 2018 en 19 juni 2021;
  • € 378,10 aan verblijfskosten;
  • € 45,98 kilometervergoeding in verband met noodzakelijke reizen binnen Nederland.
Het hof overweegt als volgt.
Ten aanzien van het vliegticket met als vertrekdatum 17 maart 2017 dat is aangeschaft ten behoeve van het bijwonen van het politieverhoor geldt dat deze gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu slechts reiskosten die zijn gemaakt ten behoeve van het onderzoek en de behandeling der zaak worden vergoed. De reiskosten voor het bijwonen van een politieverhoor vallen daar niet onder. Ten overvloede merkt het hof op dat de verzoekster heeft gesteld dat zij in die periode op Curaçao verbleef voor haar studie, waardoor zij naar Nederland moest afreizen voor het politieverhoor, maar dat uit de door haar overlegde stukken blijkt dat deze opleiding op Curaçao op 26 juni 2017 - dus na 17 maart 2017- aanving.
Met betrekking tot het vliegticket met als vertrekdatum 29 maart 2018 merkt het hof op dat deze kosten ook niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu niet is gebleken dat kort na deze vlucht een zitting heeft plaatsgevonden.
De kosten die zijn gemaakt voor het vliegticket met als vertrekdatum 19 juni 2021 komen volgens het hof evenmin voor vergoeding in aanmerking, nu niet is gebleken dat de verzoekster naar Nederland is teruggekomen voor de zitting. De verzoekster is immers teruggekomen naar Nederland omdat haar studie op Curaçao was afgerond, waarmee een einde was gekomen aan haar verblijf op Curaçao.
Met betrekking tot de verzochte vergoeding voor gemaakte verblijfskosten overweegt het hof dat gezien de duur en de data van de reserveringen niet is gebleken dat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van het bijwonen van het onderzoek en de behandeling van de zaak ter zitting. De verzochte vergoeding zal dan ook worden afgewezen.
Ten aanzien van de verzochte kilometervergoeding merkt het hof op dat enkel de kosten zullen worden vergoed die zijn gemaakt ten behoeve van het bijwonen van het onderzoek en de behandeling van de zaak ter zitting, ten bedrage van € 12,24.
Ad c
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00

4.Beslissing

Het hof:
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan de verzoekster een vergoeding toe van € 692,24 (zeshonderdtweeënnegentig euro en vierentwintig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoekster.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. E. van Die, A.M. Kengen en A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 22 februari 2022.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 692,24 (zeshonderdtweeënnegentig euro en vierentwintig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Cheng o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 22 februari 2022,
mr. E. van Die, voorzitter.