ECLI:NL:GHAMS:2022:575

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 januari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
000938-21 (530 Sv) en 000937-21 (533 Sv)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeker niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken ondertekend verzoekschrift in schadevergoeding

De zaak betreft een verzoek tot schadevergoeding van een voormalige verdachte die schade en kosten stelt te hebben geleden door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.

Het verzoekschrift werd ingediend zonder handtekening van de verzoeker zelf, wat volgens vaste jurisprudentie vereist is. De verzoeker verscheen ook niet in de raadkamer om dit formele gebrek te herstellen.

Het hof oordeelde dat het verzoek daarom niet-ontvankelijk is, omdat het Wetboek van Strafvordering niet voorziet in een verzoekschrift ingediend door een gemachtigde zonder ondertekening door de verzoeker zelf.

De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 25 januari 2022, waarbij de verzoeker werd bevolen onverwijld van de beslissing in kennis te worden gesteld.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een door hem ondertekend verzoekschrift en zijn afwezigheid bij de raadkamer.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000938-21 (530 Sv) en 000937-21 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-001454-19
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. J.S.W. Boorsma,
Ceintuurbaan 67, 1100 AB te Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 13 oktober 2021 ingekomen.
Op 21 oktober 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 januari 2022 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die de verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 5.990,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00 of € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 1 juli 2021 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De voorzitter heeft vastgesteld dat het onderhavige verzoekschrift niet door de verzoeker is ondertekend.
Ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient het verzoek tot schadevergoeding door de gewezen verdachte zelf te worden gedaan, nu in het Wetboek van Strafvordering niet is voorzien in de indiening van een verzoek door een (uitdrukkelijk) gemachtigde.
Nu de verzoeker het verzoekschrift niet zelf heeft ondertekend, noch bij de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer is verschenen om dit verzuim te herstellen door in persoon te verklaren dat hij de verzochte vergoeding wenst, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek.

4.Beslissing

Het hof:
Verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. E. van Die, A.M. Kengen en A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 25 januari 2022.