De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een personenauto terwijl hij de minimumleeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de kantonrechter vernietigd vanwege procedurele redenen en de tenlastelegging verduidelijkt en beperkt tot het rijden onder de minimumleeftijd op 12 maart 2020 te Hoorn.
Het hof acht het bewezen dat de verdachte op genoemde datum een personenauto bestuurde zonder de vereiste leeftijd te hebben bereikt. De verdachte had eerder al twee strafbeschikkingen ontvangen voor rijden zonder geldig rijbewijs, wat meeweegt in de strafoplegging. Tegelijkertijd weegt het hof mee dat het feit bijna twee jaar geleden plaatsvond en dat de verdachte inmiddels in het bezit is van een rijbewijs.
Het hof heeft de straf bepaald op een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, waarbij het ook het advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft betrokken. De verdachte toonde tijdens de zitting spijt en zelfinzicht. Het hof acht deze straf passend gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.