Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
5.De motivering van de beslissing
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Gerechtshof Amsterdam
De vader en moeder zijn ouders van een minderjarige geboren in 2012. De vader heeft het kind erkend, de moeder heeft het eenhoofdig gezag. Na hun scheiding in 2014 is een omgangsregeling overeengekomen waarbij het kind om de week bij de vader en moeder verblijft.
De vader verzocht het gezamenlijk gezag toe te wijzen en een co-ouderschapsregeling in te stellen, maar de rechtbank wees dit af. De moeder verzocht het verzoek van de vader af te wijzen en stelde een wijziging van de verjaardagsregeling voor. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het gezamenlijk gezag vanwege de ernstig verstoorde communicatie en het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders.
Het hof bevestigt dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders in staat zijn tot constructief overleg, wat hier ontbreekt door een langdurige verstoorde verstandhouding en communicatie via enkel Whatsapp. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de moeder. Wel wordt een aangepaste omgangsregeling vastgesteld die het belang van het kind dient, inclusief een regeling voor de verjaardag van het kind.
Het hof benadrukt het belang van hulpverlening voor het kind en de ouders om de situatie te verbeteren en loyaliteitsproblemen te voorkomen. De moeder blijft haar eigen traumabehandeling voortzetten en de vader kan coaching krijgen om zijn frustraties te leren hanteren. De omgangsregeling wordt aangepast in overeenstemming met de aanbevelingen van de raad en de wensen van partijen.
Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen; aangepaste omgangsregeling en verjaardagsregeling vastgesteld.