Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:699

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 maart 2022
Publicatiedatum
9 maart 2022
Zaaknummer
23-000478-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 63 Sr (oud)Art. 245 Sr (oud)Art. 4 Penitentiaire beginselenwetArt. 6:2:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep seksueel misbruik minderjarige dochter met ernstige gevolgen

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2020 bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van seksueel misbruik van de minderjarige dochter van verdachte. Het hof heeft het vonnis echter vernietigd voor zover het de straf betreft en heeft de straf opnieuw vastgesteld.

De feiten betreffen langdurig seksueel misbruik van het slachtoffer, begonnen toen zij 13 à 14 jaar oud was. Dit misbruik leidde tot twee ongewenste zwangerschappen en twee abortussen. Het hof benadrukte de ernstige schending van het vertrouwen en de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachte handelde uitsluitend uit eigen lustbevrediging zonder rekening te houden met het welzijn van zijn dochter.

Het hof vond de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van 32 maanden onvoldoende gezien de ernst, duur en frequentie van het misbruik, de vertrouwensbreuk en het feit dat de verdachte geen verantwoordelijkheid nam. Daarom legde het hof een gevangenisstraf van 40 maanden op. De tenuitvoerlegging vindt volledig plaats in detentie, totdat deelname aan een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is.

Daarnaast heeft het hof enkele bewijsgronden uit het vonnis van eerste aanleg geschrapt en aangevuld. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 maart 2022.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf voor langdurig seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000478-20
datum uitspraak: 9 maart 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 4 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-101557-18 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de straf, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd en met dien verstande dat het hof de gronden voor de bewezenverklaring als volgt verbetert en aanvult.
Verbetering en aanvulling van bewijsgronden
1) Het hof schrapt de op pagina 3 van het vonnis weergegeven overweging met betrekking tot het steunbewijs, die als volgt luidt: “De verklaringen van aangeefster en die van de getuige [getuige] over het feit dat de getuige aangeefster en haar vader een keer heeft “betrapt”, komen op essentiële onderdelen overeen. Getuige [getuige] heeft hierover bij de politie en later bij de rechter-commissaris consequent verklaard.”;
2) Het hof schrapt het vijfde bewijsmiddel op pagina 12 van bijlage 1 van het vonnis, te weten het proces-verbaal van verhoor van 9 mei 2019, inhoudende de verklaring van getuige [getuige].

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich gedurende een lange periode meermalen schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van zijn dochter [slachtoffer]. Zij was toen 13/14 jaar oud. De verdachte heeft geen rekening gehouden met de belangen, gevoelens en het welzijn van [slachtoffer] en uitsluitend gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Met zijn handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van de jonge leeftijd en de kwetsbaarheid van [slachtoffer] en een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Het vertrouwen dat [slachtoffer] in haar vader zou moeten kunnen stellen, is in zeer ernstige mate beschaamd. De verdachte heeft bovendien de feiten gepleegd, terwijl hij wist dat de stiefvader van [slachtoffer] haar op Curaçao ook seksueel had misbruikt. Als gevolg van het seksueel binnendringen door verdachte is [slachtoffer] twee keer zwanger geraakt en heeft zij twee keer een abortus ondergaan. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten hiervan vaak zeer langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Uit de vordering benadeelde partij en uit haar schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat aangeefster, 21 jaar na dato, nog dagelijks de psychische gevolgen ondervindt van het handelen van verdachte. Dit alles rekent het hof de verdachte zeer zwaar aan.
Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en ziet aanleiding bij de straftoemeting af te wijken van die straf. Gelet op het langdurige misbruik, de frequentie daarvan, het feit dat de aangeefster als kind aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd, de als gevolg van het misbruik ondergane abortussen en het feit dat de verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden, ziet het hof, alles afwegende en met inachtneming van straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, aanleiding om conform de vordering van de advocaat-generaal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 40 maanden op te leggen.
In de geringe overschrijding van de redelijke termijn, waar de verdediging overigens geen beroep op heeft gedaan, ziet het hof geen reden om de straf te matigen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 63 (oud) en SR 245(oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. F.A. Hartsuiker en mr. A.C. Huisman,
in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 maart 2022.
Mrs. A.M. Kengen, A.C. Huisman en C.H. Sillen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]