Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van valsheid in geschrift.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster deed aangifte tegen beklaagde wegens valsheid in geschrift omdat beklaagde een briefje gebruikte bij de geboorteaangifte van hun zoon waarop stond dat klaagster toestemming gaf voor erkenning, terwijl zij dit ontkende. De rechtbank verklaarde de erkenning nietig en gaf later vervangende toestemming voor erkenning.
Het hof onderzocht of strafvervolging gerechtvaardigd was. Hoewel het aannemelijk is dat de strafrechter tot een veroordeling zou kunnen komen wegens valsheid in geschrift, oordeelde het hof dat het maatschappelijk belang van vervolging onvoldoende is. De civielrechtelijke procedure heeft de erkenning ongedaan gemaakt en beklaagde heeft zijn zoon alsnog erkend met toestemming van de rechtbank.
Daarom wees het hof het beklag af en besloot geen strafvervolging in te stellen, omdat vervolging geen toegevoegde waarde zou hebben. Deze beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het besluit tot niet-vervolging wegens onvoldoende maatschappelijk belang.