Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van verduistering en vernieling.
Gerechtshof Amsterdam
Op 15 september 2020 deed klager aangifte tegen beklaagde wegens vernieling van een bevestigingsband van een elektronische enkelband en verduistering van bijbehorende apparatuur. Beklaagde was onder elektronische monitoring gesteld met een enkelband die niet zonder beschadiging verwijderd kon worden. De enkelband werd op 26 juni 2020 vervangen vanwege een technisch mankement. Op 27 juli 2020 ontving klager een melding dat beklaagde zich had onttrokken aan het toezicht en dat onduidelijk was wat er met de apparatuur was gebeurd.
De officier van justitie besloot op 30 augustus 2021 de zaak te seponeren wegens onvoldoende bewijs van opzet. Klager maakte hiertegen beklag. Het hof heeft het beklag in raadkamer behandeld, waarbij beklaagde niet verscheen. De advocaat-generaal herzag zijn eerdere advies en adviseerde het beklag af te wijzen.
Het hof overwoog dat hoewel het gedrag van beklaagde afkeurenswaardig is en klager schade heeft geleden, beklaagde al negatieve consequenties had ondervonden door terugplaatsing in de inrichting. Bovendien was beklaagde recentelijk onherroepelijk veroordeeld voor een ander strafbaar feit, waardoor de strafrechter beperkte ruimte heeft voor een nieuwe strafoplegging. Daarnaast is het strafproces niet primair bedoeld voor schadevergoeding, die civielrechtelijk kan worden gevorderd.
Daarom oordeelde het hof dat er onvoldoende reden is om strafvervolging te gelasten en wees het beklag af. De beschikking is definitief en niet vatbaar voor rechtsmiddel.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt de niet-instelling van strafvervolging wegens vernieling en verduistering van de enkelband.