In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam is de verdachte veroordeeld voor oplichting en medeplichtigheid aan poging tot oplichting. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot 18 dagen gevangenisstraf en een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. Het hof bevestigt het bewezenverklaarde, maar vernietigt de strafoplegging vanwege de omstandigheden.
De verdachte gebruikte op valse wijze creditcardgegevens van meerdere slachtoffers voor financieel gewin, wat het vertrouwen in het betalingsverkeer schaadde en gevoelens van digitale onveiligheid versterkte. Het hof acht een vrijheidsbenemende straf passend gezien de ernst van de feiten, maar houdt rekening met de overschrijding van de redelijke termijn van bijna drie jaar tussen het instellen van het hoger beroep en het arrest.
Daarom wordt de taakstraf verminderd met 20 uren, tot 40 uren, en de subsidiaire hechtenis tot 20 dagen. De gevangenisstraf van 18 dagen blijft gehandhaafd met aftrek van het voorarrest. Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor de vrijspraken die niet aan het hof kunnen worden voorgelegd.