ECLI:NL:GHAMS:2022:802

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
17 maart 2022
Zaaknummer
23-002595-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte bij verstekvonnis

De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter in Noord-Holland voor diefstal van meerdere tandpasta's en een fiets. De dagvaarding was correct betekend, maar tijdens de inhoudelijke behandeling was de verdachte gedetineerd in België, waardoor hij niet in persoon aanwezig kon zijn bij de zitting. Dit betekende een schending van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht.

De raadsman van de verdachte stelde dat het vonnis vernietigd moest worden en de zaak terugverwezen naar de politierechter. Het hof stelde vast dat de detentie in het buitenland de politierechter onbekend was en dat de verdachte geen afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De advocaat-generaal verzette zich niet tegen de terugwijzing.

Het hof vernietigde het vonnis en wees de zaak terug naar de politierechter met het oog op een nieuwe inhoudelijke behandeling, waarbij het aanwezigheidsrecht van de verdachte gerespecteerd moet worden. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 februari 2022.

Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter voor een nieuwe behandeling.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002595-21
datum uitspraak: 24 februari 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 maart 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-017062-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 februari 2022.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 25 mei 2020 te Bloemendaal, in elk geval in Nederland, meerdere tandpasta's (met een totale waarde van EUR 217,39), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de [winkel], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 21 mei 2020 te Zandvoort, in elk geval in Nederland, een fiets (van het merk B'twin), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

De raadsman heeft betoogd dat het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, nu de verdachte ten tijde van de terechtzitting in eerste aanleg gedetineerd was in België en hij bij verstek is veroordeeld. De dagvaarding voor de onderhavige zaak is hem niet in persoon betekend, zodat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. De verdachte heeft geen afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
De advocaat-generaal heeft zich niet tegen de terugwijzing van de zaak verzet. De dagvaarding is op juiste wijze betekend, maar nadien is gebleken dat de verdachte ten tijde van de inhoudelijke behandeling van de zaak in eerste aanleg in België was gedetineerd.
Het hof stelt het volgende vast.
De verdachte is in deze strafzaak op 23 maart 2021 door de politierechter bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf. Het hof stelt daarnaast vast dat de verdachte ten tijde van deze zitting van de politierechter gedetineerd was in België. Hoewel de dagvaarding in eerste aanleg juist is betekend en aangenomen moet worden dat verdachtes detentie in het buitenland de politierechter onbekend was, is sprake van de situatie dat - in de woorden van de Hoge Raad - achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is tekortgedaan. Nu de verdediging uitdrukkelijk heeft verzocht om terugwijzing naar de eerste rechter, als bedoeld in artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zal het hof daartoe overgaan, na vernietiging van het vonnis waartegen beroep is ingesteld.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 februari 2022.
mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.