ECLI:NL:GHAMS:2022:820
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens niet-verschijnen
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte is niet verschenen op de terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam. De raadsvrouw van de verdachte had verzocht de zaak aan te houden indien de verdachte zou verschijnen, maar dit is niet gebeurd.
Het hof heeft op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering vastgesteld dat de verdachte niet is verschenen en dat er geen rechtens te respecteren belang is dat een nader onderzoek rechtvaardigt. Daarom verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De beslissing is genomen door het enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 maart 2022. De uitspraak betreft uitsluitend de ontvankelijkheid en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet verschijnen op de terechtzitting.