ECLI:NL:GHAMS:2022:822

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2022
Publicatiedatum
18 maart 2022
Zaaknummer
23-002537-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding Opiumwet en Wet wapens en munitie met gevangenisstraf en taakstraf

In deze zaak stond verdachte terecht voor meervoudige overtreding van de Opiumwet en overtreding van de Wet wapens en munitie. De feiten betroffen handelingen op 20 januari 2021 te Den Helder waarbij verdachte opzettelijk handelde in strijd met artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet en artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

De zaak kwam in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 september 2021. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht. De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van tachtig uren, waarbij een hechtenis van veertig dagen werd opgelegd als vervangende straf indien de taakstraf niet naar behoren zou worden verricht.

De wettelijke grondslagen die aan de veroordeling ten grondslag lagen, omvatten de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, artikelen 9, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht, en artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie. Het hof motiveerde zijn oordeel op basis van het bewezenverklaarde en de toepasselijke wetgeving.

De uitspraak werd gewezen door mr. H.A. van Eijk, in aanwezigheid van mr. N.M. Simons, griffier.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf en 80 uur taakstraf wegens overtreding Opiumwet en Wet wapens en munitie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 15-165202-21
parketnummer hoger beroep : 23-002537-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 16 maart 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 september 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Gepleegd
feit 1: op 20 januari 2021 te Den Helder;
feit 2: op 20 januari 2021 te Den Helder.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 9, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. H.A. van Eijk, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.
mr. H.A. van Eijk