ECLI:NL:GHAMS:2022:828
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor poging diefstal met geweld en diefstal met geweld op 16 november 2018. De verdachte werd verdacht van het binnendringen in een portiek en het pogen weg te nemen van goederen met geweld tegen twee slachtoffers.
De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer aan op grond van het vertrouwensbeginsel vanwege een eerder sepotbesluit van 15 april 2020. Het hof verwierp dit verweer omdat het openbaar ministerie op basis van nieuw DNA-onderzoek het sepot mocht herzien. Het DNA-onderzoek toonde een sterke match met de verdachte, maar het hof achtte niet bewezen dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de feiten, mede vanwege het ontbreken van overeenstemming met het signalement en de mogelijkheid van secundaire DNA-overdracht.
Het hof concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om met de vereiste mate van zekerheid te stellen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De strafvordering van het openbaar ministerie werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging diefstal met geweld wegens onvoldoende bewijs.