Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.ALLGO SPAANDER B.V.,
ALLGO CATHRIEN B.V.,
1.[X] B.V.,
[appellant sub 2],
[appellant sub 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.De zaak in het kort.
3.Feiten
1. Opdracht en beperkingen
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of bestuurders van vennootschappen zich schuldig hadden gemaakt aan verhaalsfrustratie door het cederen van regresvorderingen aan de moedervennootschap, waardoor schuldeisers geen verhaal meer hadden. De vennootschappen exploiteerden horecabedrijven en verkochten vastgoed en inventaris aan familieleden en gelieerde partijen. Na een arbitrageprocedure werden de vennootschappen veroordeeld tot betaling aan Allgo c.s., maar deze vorderingen werden niet voldaan.
De rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat de verkoopprijzen reëel waren en dat de regresvorderingen geen waarde meer vertegenwoordigden. Het hof oordeelde echter dat de cessie van de regresvorderingen door de bestuurders onrechtmatig was, omdat zij wisten of behoorden te begrijpen dat hierdoor de vennootschappen hun verplichtingen niet konden nakomen en geen verhaal boden aan schuldeisers. De bestuurders droegen een ernstig persoonlijk verwijt.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de bestuurdersaansprakelijkheid betrof en veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding aan Allgo c.s. De overige bestreden beslissingen werden bekrachtigd. De bestuurders werden tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Bestuurders werden aansprakelijk gehouden voor verhaalsfrustratie en veroordeeld tot betaling van € 346.547,52 schadevergoeding aan Allgo c.s.