ECLI:NL:GHAMS:2022:914
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- A. van Haeringen
- P. Jongens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en bijdrage studie jongmeerderjarige na meerderjarigheid
Partijen hadden tot 2012 een relatie waaruit twee kinderen zijn geboren, waarvan de oudste in 2021 jongmeerderjarig werd. De rechtbank stelde kinderalimentatie vast, maar de vrouw en de jongmeerderjarige gingen in hoger beroep voor een hogere bijdrage van de man.
Het hof bevestigde dat geen overeenkomst bestond over alimentatie en hanteerde de ingangsdatum van 17 maart 2021. Voor de periode tot meerderjarigheid werd de behoefte van de kinderen vastgesteld op €573 per kind per maand, en voor de periode daarna werd rekening gehouden met de studiekosten van de jongmeerderjarige.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn winst uit onderneming, inclusief een redelijke fiscale oudedagsreserve, en rekening houdend met inkomsten uit verhuur. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar netto-inkomen, rekening houdend met ziekte en herstel.
Het hof hield rekening met zorgkorting vanwege de verblijfsregeling van de kinderen bij de man. Uiteindelijk werd de man veroordeeld tot betaling van €158 per kind per maand tot de meerderjarigheid van de oudste, daarna €170 voor de jongste en €504 voor de jongmeerderjarige voor studie en levensonderhoud, te voldoen aan de vrouw zolang de jongmeerderjarige bij haar woont.
Uitkomst: Het hof stelde de kinderalimentatie en studiekostenbijdrage vast op respectievelijk €158 per kind per maand tot meerderjarigheid, daarna €170 voor de minderjarige en €504 voor de jongmeerderjarige.