ECLI:NL:GHAMS:2022:954
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.C. Schenkeveld
- J.F. Miedema
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats vader en vaststelling zorg- en haalbrengregeling voor minderjarige
In deze civiele familierechtelijke zaak stond de hoofdverblijfplaats van een minderjarige en de zorg- en haalbrengregeling tussen de ouders centraal. Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI). De moeder verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats en inschrijving van de minderjarige op een andere basisschool, terwijl de vader de hoofdverblijfplaats bij zich wilde handhaven.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de hoofdverblijfplaats bij de vader te laten en de voorlopige zorgregeling te handhaven. Beide ouders erkenden de moeizame communicatie, maar het belang van het kind stond voorop. De GI benadrukte de noodzaak van begeleiding bij de communicatie en het belang van het kind om contact te houden met beide ouders.
Het hof oordeelde dat het huidige evenwicht in de zorgregeling en hoofdverblijfplaats het beste aansluit bij het belang van de minderjarige. Een wijziging zou onnodige verstoring veroorzaken. De moeder's verzoek tot inschrijving op een andere school en wijziging van de hoofdverblijfplaats werd afgewezen. De zorgregeling werd aangepast met een duidelijke haal- en brengregeling, waarbij de vader een substantieel deel van het vervoer op zich neemt. Het verzoek tot speciale regeling op Moeder- en Vaderdag werd eveneens afgewezen, met het advies dat ouders hierover afspraken maken.
De beschikking van het hof is uitvoerbaar bij voorraad en bevestigt de hoofdverblijfplaats bij de vader, wijzigt de zorgregeling en regelt de vervoersverdeling in het belang van het kind.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader, de zorgregeling wordt aangepast en de haal- en brengregeling vastgesteld.