ECLI:NL:GHAMS:2022:967
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid in hoger beroep tegen beslissing kamer voor het notariaat
Klaagster heeft op 19 april 2021 hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2021. Het beroepschrift werd binnen de beroepstermijn per e-mail naar de kamer gestuurd, maar deze ontving het pas na het verstrijken van de termijn. Het hof heeft vastgesteld dat het beroepschrift tijdig is ingediend, omdat de kamer voor het notariaat het beroepschrift had moeten doorzenden naar het juiste gerecht, conform de maatstaf van de Hoge Raad.
Tijdens de openbare zitting van 27 januari 2022 waren klaagster en de notaris aanwezig, maar de gemachtigde van klaagster was niet verschenen. Het hof heeft geoordeeld dat de ontvankelijkheid van klaagster in hoger beroep gegeven is, omdat het beroepschrift binnen de termijn bij de kamer was ingediend en de doorzendplicht van de kamer geldt.
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld hun verhinderdagen op te geven voor het plannen van een mondelinge behandeling, waarna de inhoudelijke behandeling van de klacht zal plaatsvinden. De beslissing werd op 29 maart 2022 uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Klaagster wordt ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat.