Uitspraak
mr. C.W.J. Okkerse, kantoorhoudende te Almere,
mr. A.W. van der Kroefen
mr. M.M. Hazewinkel,
1.Het verloop van het geding
2.Feiten
3.De gronden van de beslissing
Onduidelijkheden
Met ingang van boekjaar 2020 wordt het onroerend goed in zijn geheel afgeschreven naar nihil, in tegenstelling tot voorgaande jaren dat een restwaarde werd gehanteerd, zijnde de WOZ waarde, tevens zijn voor alle entiteiten de afschrijvingspercentages voor de afzonderlijke groepen in de materiele vaste activa gelijk getrokken. Het kwantitatieve effect bedraagt ongeveer negatief € 230k en is verwerkt in de afschrijvingen in boekjaar 2020.”