ECLI:NL:GHAMS:2023:1066
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet in gerechtsdeurwaarderszaak
In deze zaak komt klager in hoger beroep tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders die zijn verzet tegen een eerdere beslissing ongegrond verklaarde. Klager betoogt dat de executoriale titel gebreken vertoont, zoals ondeugdelijke ondertekening van vonnissen en onauthentieke akten, en dat de tuchtrechter bevoegd is tot onderzoek naar de rechtmatigheid van het beslag.
Het hof stelt vast dat op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de beslissing van de kamer op verzet geen hoger beroep openstaat, tenzij sprake is van een fundamentele schending van rechtsbeginselen. Het hof beoordeelt de aangevoerde gronden en constateert dat klager vooral inhoudelijke bezwaren heeft en geen fundamentele schendingen kan aantonen.
Het hof concludeert dat er geen formele gebreken zijn die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen. Daarom wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt de beslissing van de kamer die het verzet ongegrond verklaarde.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de beslissing van de kamer die het verzet ongegrond verklaarde, wordt afgewezen.