Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
primair, subsidiair als meer subsidiair: te bepalen dat de vrouw de overbedelingsschuld bij de notariële verdeling mag verrekenen met de vorderingen van de vrouw op de man;
2.Feiten
(…)
vanaf het moment dat de huurovereenkomst van de huidige huurders van het appartement aan de [B-straat] eindigt, voorlopig het uitsluitend gebruik van dit appartement (inclusief inboedel) krijgt en dat [de man](hof: de man)
voorlopig het uitsluitend gebruik van de woning aan de [A-straat] (inclusief inboedel) krijgt,
.
- verrekening betaalde premie hypotheekverzekering Argenta;
- boete afkoop hypotheekverzekering Argenta;
- vergoeding aflossing hypotheek woning aan de [B-straat] ;
- peildatum waardering, toedeling en wijze verdeling van de woning aan de
- indeplaatsstelling arrest in verband met overdracht woningen;
- schadevergoeding/gebruiksvergoeding in verband met gederfde inkomsten uit
- verdeling saldo van de gezamenlijke rekening bij Yapi Kredi Bank;
- premie overlijdensrisicoverzekering;
- misgelopen kind gebonden budget en combinatiekorting;
- verdeling/verrekening huurinkomsten en diverse kosten;
- foto’s;
- inboedel;
- (afgifte op straffe van een dwangsom van) persoonlijke goederen en kleding van de vrouw;
- scooter;
- rolluiken;
- (verrekening vordering in verband met) kosten gemeenschappelijke huishouding
Het is redelijk als partijen elk de woonlasten (eigenaars- en gebruikslasten) voldoen van de woning waarvan ze het gebruik hebben. Anders dan [de man] stelt is er geen aanleiding om te bepalen dat [de vrouw] naast die lasten nog een vergoeding aan [de man] moet betalen, omdat de woning aan de [B-straat] niet meer kan worden verhuurd. Het is voor de hand liggend dat partijen, nu zij twee woningen in gemeenschappelijk eigendom bezitten en niet meer bij elkaar wonen, beide woningen benutten voor onderdak. Een gevolg hiervan is dat er geen huurinkomsten meer zijn, maar er is geen reden [de man] daar ten nadele van [de vrouw] voor te compenseren”.Deze overwegingen van de voorzieningenrechter, die het hof onderschrijft, zijn naar het oordeel van het hof in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid die partijen jegens elkaar in acht hebben te nemen. Hetgeen de man in deze procedure heeft aangevoerd is onvoldoende voor een ander oordeel.