ECLI:NL:GHAMS:2023:1077
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen na complexe echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2016 en 2018, na een complexe echtscheiding van hun ouders. De kinderen verblijven bij de moeder en staan sinds juli 2021 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder verzet zich tegen de verlenging, stellende dat de hulpverlening vrijwillig kan plaatsvinden en de ondertoezichtstelling geen doel meer dient.
De GI en de vader verzoeken de verlenging te bekrachtigen, omdat ondanks positieve ontwikkelingen de omgangsregeling tussen vader en kinderen nog niet stabiel en voorspelbaar is. De omgang vindt begeleid plaats met een lagere frequentie dan oorspronkelijk geadviseerd. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens de verlenging, om concrete afspraken over de omgang vast te leggen.
Het hof oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld. De ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen wordt veroorzaakt door factoren zoals de gespannen communicatie tussen ouders en het risico op een negatief beeld van de vader bij de kinderen. De hulpverlening wordt voortgezet in het gedwongen kader tot 10 juni 2023, waarna de ouders onder vrijwillige begeleiding de zorgregeling kunnen voortzetten. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen tot 10 juni 2023 wordt bekrachtigd.