ECLI:NL:GHAMS:2023:1080
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij ondercuratelestelling
De zaak betreft een hoger beroep van de rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter waarin zij onder curatele werd gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter had eerder bewind ingesteld en op verzoek van de bewindvoerder het bewind omgezet in curatele met benoeming van een curator.
De rechthebbende stelde zich op het standpunt dat haar hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard ondanks dat het beroepschrift na de wettelijke termijn van drie maanden was ingediend. Zij voerde aan dat zij door haar slechte medische gesteldheid vaak in het ziekenhuis verbleef en pas na het verstrijken van de termijn een advocaat kon inschakelen.
Het hof overwoog dat rechtsmiddelentermijnen van openbare orde zijn en strikt moeten worden nageleefd. De omstandigheden van de rechthebbende rechtvaardigen geen verlenging van de beroepstermijn. Het beroep op verschoonbare termijnoverschrijding faalt, waardoor het hof de rechthebbende niet-ontvankelijk verklaart in haar hoger beroep.
Uitkomst: De rechthebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.