ECLI:NL:GHAMS:2023:1105
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkracht vader na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het gezag over vier minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De vader was aanvankelijk niet verplicht tot kinderalimentatie vanwege zijn financiële situatie en afspraken over huwelijkse schulden.
De rechtbank bepaalde een bijdrage van €250 per maand vanaf 9 november 2021, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de beschikking. Het hof onderzocht de draagkracht van de vader, die sinds 2020 een bijstandsuitkering ontving na het staken van zijn taxibedrijf en sinds januari 2023 parttime als chauffeur werkt.
Het hof concludeerde dat de vader vanaf 9 november 2021 minimaal een draagkracht van €50 per maand had, ondanks zijn financiële problemen en schulden, waarvan geen rekening werd gehouden wegens verwijtbaar inkomensverlies. Vanaf 1 juli 2023 kan de vader fulltime werken en een draagkracht van €274 per maand hebben, waarmee de gevraagde €250 per maand redelijk is.
Het verzoek tot schorsing van de beschikking werd afgewezen omdat het belang daarvoor was komen te vervallen. De beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld met de genoemde bedragen, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader moet vanaf 9 november 2021 €50 per maand en vanaf 1 juli 2023 €250 per maand kinderalimentatie betalen; het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.