Uitspraak
1.mr. [geïntimeerde 1] ,
mr. [geïntimeerde 2] ,
mr. [geïntimeerde 3] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Geachte mevrouw [naam 1] ,
Hoi [naam 2]
4.De klacht
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen drie notarissen over de zorgvuldigheid bij de vaststelling van opdracht voor terugkoop en levering van aandelen en over de inhoud van akten. De klacht tegen twee notarissen werd ingetrokken, zodat alleen notaris 3 onderwerp van het hoger beroep was.
De kern van de zaak betrof een ontbindende voorwaarde in een aandelenkoopakte en de vraag of klager zich rechtsgeldig op het vervullen daarvan had beroepen. Klager betwistte dat hij opdracht had gegeven voor de terugkoop, met name vanwege een e-mail die volgens hem niet van hem afkomstig was. Het hof oordeelde dat de notaris voldoende zorgvuldig had gehandeld door af te gaan op de e-mail, gezien het zakelijke mailadres en de inhoud die aansloot bij klagers wensen.
Verder werd geoordeeld dat de notaris geen onredelijke voorwaarden had gesteld aan het passeren van de akte van 28 april 2020 en dat een nieuwe klacht over onjuistheden in die akte niet-ontvankelijk was. Wel werd vastgesteld dat het in de akte opgenomen beding dat tuchtrechtelijke aansprakelijkheid werd uitgesloten niet geoorloofd is, omdat het tuchtrecht van openbare orde is en niet kan worden beperkt door overeenkomst. Het hof zag echter af van het opleggen van een maatregel omdat de notaris zijn fout inzag en geen eerdere tuchtrechtelijke maatregel had.
Ten slotte werd de klacht tegen twee notarissen niet-ontvankelijk verklaard en werd de notaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De overige klachten werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Klachtonderdeel over uitsluiting tuchtrechtelijke aansprakelijkheid gegrond verklaard, overige klachten ongegrond of niet-ontvankelijk, geen maatregel opgelegd, griffierecht vergoed.