ECLI:NL:GHAMS:2023:1171
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens zorgelijk gedrag
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, [kind 1]. De uithuisplaatsing is sinds december 2020 van kracht vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder voert aan dat de gronden voor uithuisplaatsing niet langer aanwezig zijn en dat het kind bij haar kan opgroeien met passende hulp.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming betogen echter dat de zorgen onverminderd aanwezig zijn en dat het kind voorlopig niet bij de moeder kan terugkeren. Er loopt een NIFP-onderzoek dat meer duidelijkheid moet geven over de problematiek en de benodigde zorg. Het hof constateert dat het kind zorgelijk gedrag vertoont dat past bij hechtingsproblematiek en dat de situatie bij de moeder al jarenlang ernstige zorgen geeft.
Het hof oordeelt dat de gronden voor de machtiging tot uithuisplaatsing op het moment van de beschikking en nog steeds aanwezig zijn. De verlenging is noodzakelijk en proportioneel in het belang van het kind. De moeder heeft onvoldoende draagkracht en er is geen sprake van onrechtmatige inbreuk op het gezinsleven. Het verblijf van het kind bij [X], een gezinsgerichte voorziening, valt binnen de verleende machtiging. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 21 september 2023.